100jaarradio

Vandaag precies 100 jaar geleden ging om 18u de allereerste Belgische radiouitzending in de ether.Vanaf dan werd onder impuls van onze radiominnende koning iedere zaterdag een paleisconcert uitgezonden, met veel gekraak en gepiep. Om dat te vieren werd vanavond in het radiohuis in Leuven plechtig de tentoonstelling R100, 100 jaar radio geopend. Ik blijf genieten van die momenten waarop oudere collega’s die met pensioen zijn en jonge collega’s die je niet vaak tegenkomt, samen deze verjaardag vieren. Vanavond heb ik me dan ook in hun gezelschap helemaal aan de tentoonstelling overgeleverd. Met Cas Goossens, onze grote baas toen de VRT nog BRTN was, bezocht ik de nagebootste studioruimte waar de allereerste toestellen stonden; geen bandopnemers, want die waren er nog niet. De uitzendingen werden toen gegrift in grote platen. De was die uit die groeven kwam werd met een soort stofzuiger opgezogen. Cas vertelde dat hij die platen “in den toren” moest gaan halen om naar de studio te brengen. Hij was in 1958 als student zeven maanden bij de radio gaan helpen tijdens de wereldtentoonstelling, mocht daarom tijdens zijn legerdienst het soldatenhalfuurtje presenteren, en kon nadien meteen beginnen op de nieuwsredactie van de omroep die hij pas bij zijn pensioen verlaten heeft. De magie van radio maken, toen al. De mengpanelen hadden draaiknoppen, en om van de ene plaat naar de andere over te schakelen liet men ze wat trager of sneller lopen, net als de dj’s vandaag doen om de beats te doen kloppen. De oude middengolfzenders kraakten.  “Er kwam zoveel ruis uit de radio dat ik als klein manneke dacht dat we de golven van de zee hoorden” vertelde oud-radiodirecteur Frans Ieven.

Alle mijlpalen van de rijke Belgische radiogeschiedenis vind je in de tentoonstelling: de eerste omroeper Bracony in 1923, de eerste voetbalreporter (en eerste Vlaamse directeur) van het NIR, Gust De Muynck, in 1930; de bouw van Flagey in 1938; de oorlogsradio vanuit Londen met de stem van Jan Moedwil: “En toch krijgen we ze wel, de moffen!”; de eerste dj’s Zaki en Jo met de Banjo in de jaren ’60, … In een overzichtelijke tijdlijn komt dit alles je tegemoet. Maar je kunt ook zelf interactief aan de slag in R100: een stukje radio maken op je favoriete zender, een selfie maken vanachter een oude microfoon, ingrijpen in bestaande radiofragmenten en ontdekkingen doen in de elektronische tijdlijn, waar je uren zoet mee bent. Een grappige afsluiter was voor mij de ‘Dark room’, waar ik alweer met Cas Goossens terecht kwam. Een donkere ruimte waarin je een eigenzinnige montage van tien minuten kan beluisteren. In het gezelschap van Cas luisterde ik daar plots naar zijn alter ego uit het Leugenpaleis, en dan weer naar zijn jonge stem van lang geleden. Naast mij hoorde ik hem zachtjes grinniken. De magie van de honderdjarige dame die radio heet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Geen categorie

Tags

, , ,