Sinds gisteren is het weer koppen lopen op de Antwerpse boekenbeurs. Ik ging al eens kijken op de vooropening donderdagavond, jaarlijks mijn gezelligste netwerkmoment. Telkens kom ik er weer oude vrienden tegen, uitgevers en schrijvers die ik lang niet gezien heb, en iedere keer is het fijn om bij te praten. Maar ik loop ook veel met mijn neus in de boeken op zo’n avond, kijken wat aan iedere stand ligt uitgestald, wat ik in de loop van het jaar gemist heb of wat ik al lang had willen lezen maar nog niet heb kunnen schrappen op mijn lange to do lijst. Ik ga dus telkens naar huis met tassen vol boeken. En ieder jaar word ik, zoals vaker in het openbaar, aangesproken door mensen die als kind ooit in ‘Kattekwaad’ gezeten hebben, of trouw luisterden en  al eens de telefoon namen om in te breken in het programma. Opgewekte babbels zijn dat dan, want leuke herinneringen voor iedereen. Op de boekenbeurs komen ook mijn herinneringen telkens boven aan wat we bij ‘Kattekwaad’ allemaal hebben uitgespookt rond boeken, en dat was nogal wat.

Een van mijn vroegste ‘Kattekwaad’-herinneringen aan de boekenbeurs is een gesprek met kinderen over poëzie, in een geïmproviseerd decor tussen de boekenstands. Op 2 november 1983 (dus vandaag exact 31 jaar geleden) was de Nederlandse dichter Willem Wilmink te gast om er met jonge dichters en lezers te praten. We zaten daar lekker te keuvelen toen plots het muurtje van schuimrubber achter ons naar beneden kwam, pal op ons hoofd. Grote hilariteit natuurlijk. Wat doe je dan in zo’n geval, in een live uitzending? We hebben allemaal een hand omhoog gestoken en zo het muurtje weer opgetild, en in die positie zijn we gewoon verder gegaan met ons gesprek over poëzie. Op zo’n ogenblikken heb je toch spijt dat radio geen televisie is.

Sindsdien ben ik er wel van overtuigd dat je kunt doorgaan met je programma, zelfs als het plafond naar beneden komt. Alles hangt af van de manier waarop je inspeelt op wat er misgaat. Wat je ziet moet je vertellen, dat heb ik van mijn mentor Jan Wauters geleerd. Je ogen en oren open houden en alles registreren, je hersenen voortdurend laten inwerken op wat er gebeurt. Zo’n vallend plafond is natuurlijk tamelijk ingrijpend, maar het zit ook in kleine dingen: een grappige uitspraak die je nog even kunt laten nazinderen bijvoorbeeld, of een onbestemde klank die je vertaalt voor de luisteraars. Radio is, wat dat betreft, minder volledig dan televisie, maar het laat wel meer ruimte voor fantasie, zowel in de studio als thuis.

Op 4 november 1981 was ‘Kattekwaad’ echter al eens aanwezig op de boekenbeurs. We maakten die eerste keer een uitzending over strips met striptekenaar Jean-Pol, die toen bekend was van ‘Kramiekske’. Later zou hij de tekenaar worden van o.a. de ‘Samson’-strips. Jammer genoeg bestaat ook daar geen archieffragment meer van, maar Jean-Pol maakte toen deze geweldige tekening, die ik altijd heb bewaard.

P1030679

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Geen categorie

Tags

, , , ,